Methoden voor bepaling van generaliseerbaarheid
Het effect van de meeste nieuwe behandelingen wordt tegenwoordig getoetst in Randomized controlled Trials (RCT). Bij een gunstig effect van de nieuwe behandeling kan deze worden toegepast bij patiënten. Dat geldt in ieder geval voor patiënten wier kenmerken overeenkomen met aan de trials deelnemende patiënten. Het is echter de vraag of dat ook geldt voor patiënten met andere kenmerken. In het bijzonder is het de vraag of de resultaten van een trial onder patiënten < 70 jaar met naast de bestudeerde ziekte geen andere ziekte (zoals de meeste trials worden opgezet) toepasbaar zijn op oudere patiënten en/of patiënten met co-morbiditeit. Gezien de toenemende vergrijzing en de grotere kans op co-morbiditeit wordt deze vraag steeds belangrijker. Er zijn verschillende benaderingen mogelijk hoe om te gaan met deze vraag, maar geen van deze benaderingen is algemeen geaccepteerd en/of evidence-based. Tegelijkertijd worden richtlijnontwikkelaars steeds vaker geconfronteerd met evidence die is verkregen van een andere populatie dan die waarover zij uitspraken willen doen. Gebrek aan een eenduidige benadering introduceert zodoende een ongewenste variatie in het proces van richtlijnontwikkeling met mogelijk suboptimale richtlijnen tot gevolg. Er werd een systematische review gedaan , waarin werd geïnventariseerd welke mogelijk benaderingen er zijn en wat de onderbouwing is voor elk van deze benaderingen. Op grond hiervan worden aanbevelingen gedaan. De eerste resultaten zijn gepresenteerd op het congres van het Guidelines International Network in 2010 in Chicago Een uitgebreide publicatie betreffende het review over generaliseerbaarheid is in voorbereiding.