In een vorig bericht meldde ik dat uit onderzoek blijkt dat roken de kans op Alzheimer verhoogt en niet verlaagt zoals eerder onderzoek leek te suggereren.

Waarom spreken deze onderzoeken elkaar tegen?
 

Verschillende vormen van onderzoek
Bij patiënt-controle studies vraagt men patiënten met een bepaalde ziekte en patiënten zonder deze ziekte of gezonde proefpersonen (controles) naar gewoontes en andere risicofactoren in de periode dat ze nog niet ziek waren. Het is bekend dat dit type onderzoek minder betrouwbaar is dan studies, waarbij men een groep gezonde proefpersonen vraagt naar de huidige gewoontes en risicofactoren en vervolgens afwacht bij wie welke ziekte ontstaat. Dit worden cohortstudies genoemd naar de Romeinse benaming van een onderafdeling van een legioen. Een Romeins cohort bestond uit mannen van dezelfde leeftijd en kon alleen maar functioneren als het cohort bij elkaar bleef. Hetzelfde geldt voor een onderzoekscohort dat ook bestaat uit mensen in dezelfde leeftijdsgroep en in zijn geheel gevolgd moet worden om betrouwbare resultaten te verkrijgen.
 
Bezwaren van patiënt-controle onderzoek
Het minder betrouwbare onderzoek, het patiënt-controle onderzoek kent een aantal problemen.

Herinnering betreffende gewoontes in het verleden
Zo herinnert men zich niet altijd even goed welke gewoontes men in het verleden had. Dat geldt nog eens sterker voor een ziekte als dementie, omdat de antwoorden van demente personen niet erg betrouwbaar worden geacht. De onderzoekers vragen de vroegere gewoontes dan in de regel na bij een naaste verwant van de zieke. Men kan zich voorstellen dat de verwant of verzorger niet altijd voldoende kennis heeft van de vroegere gewoontes van de patiënt.

Verkeerde vergelijking van patiënten met controlepersonen
Een ander probleem is dat de vergelijking met controlepersonen nogal eens mank gaat. Wanneer men gezonde proefpersonen als vergelijkingsmateriaal kiest, zijn er vele verschillen met patiënten uit het ziekenhuis (ziekenhuis controles). Het toeschrijven van een bepaalde ziekte aan een of meer van deze verschillen is daardoor lang niet altijd gerechtvaardigd. Een specifiek probleem met andere patiënten uit het ziekenhuis als controles is dat de meeste studies patiënten met zowel dementie als hartvaatziekte uitsloten van deelname. Dit is problematisch, omdat roken zowel dementie als hartvaatziekte kan veroorzaken door de schadelijke invloed op bloedvaten. Veel gevallen van dementie bij rokers werden zodoende niet in de studie opgenomen. Uit o.a. Rotterdams onderzoek bleek dat de hogere frequentie van vaatziekte in hart en hersenen bij rokers inderdaad samenhangt met de kans op de ziekte van Alzheimer op latere leeftijd (Ott, 1997).

Misleiding door kortere levensduur van rokers
Bij dit specifieke voorbeeld is ook sprake van vertekening door de kortere levensduur van rokers. Zo toonde de beroemde Britse epidemioloog Richard Doll in 1994 aan dat 57% van de niet-rokers de leeftijd van 80 jaar bereikt tegen slechts 26% van de rokers (Doll, 1994). Aangezien de meeste gevallen van Alzheimer na het 75-ste levensjaar optreden, zal men bij de selectie van patiënten voor het patiënt-controle onderzoek in die leeftijdsklasse weinig rokers aantreffen. Dat betekent niet dat men korter leeft maar dan zonder Alzheimer (het sprookje), want de Alzheimer treedt misschien bij rokers wel op een jongere leeftijd op (Almeida, 2002).
 
Cohort-onderzoeken
Patiënt-controle-onderzoeken kunnen hier geen goed antwoord op vinden. Men heeft hier dus cohortonderzoeken voor nodig. Uit de cohortonderzoeken die het verband tussen roken en dementie onderzochten bleek een 60% hogere kans op de ziekte van Alzheimer bij rokers dan bij niet-rokers (Barnes en Yaffe, 2011). Voor dementie in het algemeen (dus inclusief andere, minder vaak voorkomende vormen van dementie) werd dit verband ook bevestigd, zij het iets minder sterk.

Conclusie
Helaas voor verstokte rokers, het sprookje is uit. Roken voorkomt niet de ziekte van Alzheimer, maar zorgt er alleen voor dat de ellende eerder begint. Goed nieuws voor actieve levensgenieters. Een gezonde levensstijl geeft niet alleen meer plezier, maar ook minder ziekte!

 

Piet Post, September 2011

Post Voor Zorg

 

Literatuur

Almeida OP, Hulse GK, Lawrence D, Flicker L. Smoking as a risk factor for Alzheimer’s disease: contrasting evidence from a systematic review of case-control and cohort studies. Addiction. 2002 Jan;97(1):15-28.

Barnes DE, Yaffe K. The projected effect of risk factor reduction on Alzheimer’s disease prevalence. Lancet Neurol. 2011 Jul 18. [Epub ahead of print]

Doll R, Peto R, Hall E, Wheatley K, Gray R. Mortality in relation to consumption of alcohol: 13 years’ observations on male British doctors. BMJ. 1994 Oct 8;309(6959):911-8.

Ott A, Breteler MM, de Bruyne MC, van Harskamp F, Grobbee DE, Hofman A. Atrial fibrillation and dementia in a population-based study. The Rotterdam Study. Stroke. 1997 Feb;28(2):316-21.
 

Roken en de ziekte van Alzheimer